Voeding
Er zijn 2 manieren om uw baby te voeden: borstvoeding of flesvoeding. Kraamthuis is een groot voorstander van borstvoeding.

Moedermelk is de beste voeding voor een baby. Deze melk bevat belangrijke afweerstoffen en voorziet in alle behoeftes. Borstvoeding geven is niet moeilijk, maar moet je wel oefenen. De kraamverzorgende kan u hierbij zoveel mogelijk ondersteunen.

Belangrijk:
  1. Borstvoeding na de bevalling wordt direct gestimuleerd

  2. De baby wordt direct bloot op de blote buik/borst van de moeder gelegd [tenzij dit om medische redenen niet mogelijk is]

  3. De baby wordt de tijd gegeven om zelf de borst te zoeken

  4. De baby wordt binnen 1 uur na de bevalling aangelegd aan de borst [tenzij dit om medische redenen niet mogelijk is]

  5. De baby wordt in principe pas na het 1e aanleggen door de verloskundige onderzocht

  6. Er wordt naar gestreeft om in het 1e uur na de bevalling de baby ongestoord bij de moeder op de buik/borst te laten liggen

  7. De bay wordt bloot gewogen

  8. In overleg met de verloskundige en de kraamverzorgster wordt samen het borstvoedingsbeleid besproken

  9. Bij vragen vanuit de ouders of kraamverzorgende wordt altijd contact opgenomen met de verloskundige

Verder is reuze belangrijk voor het doen slagen van borstvoeding:

  1. Rooming-in: de baby slaapt op dezelfde kamer als de moeder/ouders, in een eigen bedje, het liefst naast het ouderlijk bed

  2. de juiste techniek van de baby aanleggen aan de borst

  3. het belang van nachtvoeding

  4. het niet gebruiken van [fop]speen

  5. het gaan bijvoeden [tenzij dit medischnoodzakelij is]

  6. de frequentie van aanleggen en 2 kanten voeden per keer


De kraamverzorgende en de verloskundigen zullen u uitleg geven en vragen beantwoorden. Kortom u zo goed mogelijk begeleiden om de borstvoeding te doen slagen.

Boertje
Bij het drinken kunnen baby’s wat lucht mee naar binnen krijgen. Die lucht raken ze weer kwijt door het boertje. Leg de baby rechtop tegen u aan en laat het hoofdje op uw schouder rusten. Klop met de vlakke hand zachtjes op zijn rug. Leg wel eerst een doekje op uw schouder, want met een boertje kan wat voeding meekomen. Soms hoeft een baby geen boertje te laten.

Ontlasting van de baby
Een baby die borstvoeding krijgt één of meerdere keren per dag een poepluier. Dit is voor iedere baby verschillend. Een baby die flesvoeding krijgt heeft meestal één keer per dag een poepluier. Omdat koemelk moeilijker wordt verteerd dan moedermelk, kan de ontlasting soms hard zijn. Wanneer dit bij de baby het geval is, zal de kraamverzorgende overleggen met de verloskundige. Hij of zij zal u hierin advies geven.

Diarree
Diarree ontstaat als de darmen geïrriteerd zijn. Houd de baby goed in de gaten, want baby’s drogen snel uit. Geeft u borstvoeding en zijn er, naast de diarree, geen andere symptomen, ga dan gewoon door met de borstvoeding. Heeft de baby koorts, meerdere waterige en vies ruikende poepluiers en is hij of zij lusteloos, waarschuw dan de huisarts of verloskundige.