Onderzoeken kind in samenwerking met het consultatiebureau
De Kraamzorg en het consultatiebureau werken ook nauw samen. Aan het einde van je kraamtijd worden je gegevens overgedragen. Formulieren, controlelijsten en temperatuurlijsten zijn opgenomen in het zorgdossier. Aan het einde van de kraamzorgperiode draagt de kraamverzorgende en de verloskundige de zorg over aan de Jeugdgezondheidszorg. Zij doen dat door het Overdrachtsformulier van de kraamzorg naar de Jeugdgezondheidszorg in te vullen. Op het consultatiebureau weten ze dan hoe je kraamperiode is verlopen.

Als je kind geboren is en er is aangifte van geboorte gedaan bij de gemeente, dan krijg je automatisch contact met het consultatiebureau. Het eerste contact zal bestaan uit een huisbezoek van de wijkverpleegkundige. Zij zal in de eerste week langskomen voor een hielprikje.

Waarom wordt er een hielprik afgenomen?
Met het bloed dat uit het hieltje wordt gehaald, wordt er een screening afgenomen voor 17-tal ernstige aandoeningen waaronder:

PKU - Phenylketonurie
Dit is een stofwisselingsziekte. Als deze aandoening niet behandeld wordt, leidt dit tot zwakzinnigheid. De aandoening kan behandeld worden door een levenslang phenylalaninebeperkt dieet.

CHT - Congenitale hypothyreoïdie
Dit betekent dat er sprake is van een aangeboren te lage schildklierfunctie. Als dit niet behandeld zou worden, zou dit leiden tot een gestoorde groei en ontwikkeling en een achterblijvende mentale ontwikkeling. De behandeling bestaat uit het toedienen van een schildklierhormoon.

AGS - Adrenognitaal syndroom
Deze aandoening kan in de tweede en derde week leiden tot hersenbeschadiging en levensbedreigende situaties door zouttekort. De aandoening is goed te behandelen.

Als je geen bericht krijgt van de uitslag van de hielprik, betekent dit dat alles in orde is.

In Harlingen wordt in de eerste week (meestal tegelijk met het hielprikje) een neonatale gehoorscreening afgenomen. Met een apparaatje wordt dan het gehoor gemeten. Als de uitslag negatief is, wordt de screening herhaald. Voor meer informatie over de neonatale gehoorscreening zie, www.nsdsk.nl/kennis_informatie/neonatale_gehoorscreening

Na de hielprik en de eventuele gehoorscreening komt de wijkverpleegkundige nog een keer uitvoeriger kennismaken. Zij geeft dan veel informatie over verzorging, voeding, wiegendood, etc. Meestal overhandigt zij dan gelijk de GroeiGids 0-4 jaar. Dit is een boekje, waarmee je de groei en ontwikkeling van je kindje in de eerste vier jaar op de voet kunt volgen. Het is de bedoeling dat je bij elk bezoek aan het consultatiebureau dit boekje meeneemt.

Het eerste officiële bezoek aan het consultatiebureau is als je kind vier weken is. Je krijgt dan een gesprek met de consultatiebureau-arts. Bij de meeste consultatiebureaus is het zo dat je dan het volgende bezoek een gesprek krijgt met de wijkverpleegkundige en daarna weer met de arts. Tijdens het bezoek wordt de lengte en het gewicht gemeten en genoteerd in het groeiboekje. Verder kan de consultiebureau-arts en/of verpleegkundige opmerkingen in het boekje noteren over voeding, slapen etc.

Verder hebben alle consultatiebureaus inloopspreekuren voor korte vragen en de mogelijkheid om je baby te wegen. Telefonisch contact is ook mogelijk. Je kunt daar bijvoorbeeld gebruik van maken als je baby veel huilt, als je problemen hebt met borstvoeding, etc.